Buislampen

De fluorescentielamp wordt sinds het begin van de 20ste eeuw gebruikt in industriële en residentiële verlichtingstoepassingen. Terwijl ze in het verleden weinig comfortabel licht uitzonden, zijn de lichtbron en de voorschakelapparatuur de laatste jaren sterk geëvolueerd. De meeste nadelen werden weggewerkt en het armaturengamma werd uitgebreid.

 

Werkingsprincipe

Het werkingsprincipe van fluorescentielampen berust op ontlading met behulp van een gas. Een elektrische stroom bestaat uit elektronen. Wanneer er een elektrische stroom vloeit door de  lamp,  botsen de circulerende elektronen met het gas dat zich in de lamp bevindt. Bij deze botsingen geven de elektronen energie aan de elektronen van de gasmoleculen: men noemt dit excitatie. Omdat de gasmoleculen echter streven naar een lagere energietoestand (de grondtoestand), zenden ze die opgenomen energie terug uit, in de vorm van een onzichtbare ultraviolette straling. Deze straling komt in contact met de fluorescerende stoffen die op de buitenkant van de buis zijn aangebracht en die de UV-straling omzetten in zichtbaar licht. 

Fluorescentielampen hebben voorschakelapparatuur nodig om hun goede werking te garanderen.

Er bestaan drie grote klassen fluorescentielampen:

  • lineaire T8-lampen (het cijfer achter de ‘T’ geeft de diameter van de lamp aan, in achtsten van een duim (inch). De diameter van deze buizen is dus 8/8 duim of 26 mm);
  • lineaire T5-lampen (met een diameter van 5/8 duim of 16 mm) die enkel in combinatie met een elektronische ballast gebruikt kunnen worden;
  • circulaire lampen (gewoonlijk met een diameter van 5/8 duim).

Bepaalde (oude) installaties zijn uitgerust met lineaire T12-lampen (met een diameter van 12/8 duim of 37,5 mm). Deze lichtbronnen hebben echter een lager lichtrendement en een minder goede kleurweergave dan de T8-lampen en worden beter niet meer gebruikt.

  

Beschikbare vermogens en lichtstroom

Het vermogen van de fluorescentielampen die op de huishoudelijke markt verkrijgbaar zijn, ligt tussen 4 en 120 W, waarbij de lengte varieert in functie van het vermogen. De lichtstroom kan tot 8.850 lm bedragen.

Lichtrendement en energieklasse

Fluorescentielampen bieden een heel goede lichtefficiëntie. Met een lichtrendement tussen 26 (voor de lage vermogens) en 110 lm/W is hun energielabel gewoonlijk klasse A.

Kleurtemperatuur en kleurweergave-index

De kleurtemperatuur van fluorescentielampen is afhankelijk van het poeder dat de oppervlakte van de buis bedekt. Voor huishoudelijke toepassingen kan ze gaan van warm wit (2.700K) tot koud wit (6.700K), maar ook hogere kleurtemperaturen (tot 17.000 K) zijn mogelijk. Aangezien het licht dat door gasontladingslampen wordt uitgezonden, een discontinu spectrum heeft, wordt de kleur van het uitgezonden licht bepaald door de belangrijkste energielijnen. Het is inherent aan het principe van gasontlading en het gebruikte poeder dat het momenteel niet mogelijk is om een continu kleurenspectrum te produceren. 

De kleurweergave-index is dus niet perfect, maar blijft toch vrij hoog (gewoonlijk 80 tot 95). Er bestaan ook lampen met een slechtere kleurweergave (van 60 tot 70, vaak 'industrieel wit' of '133' genoemd) die zeker in residentiële verlichtingstoepassingen vermeden moeten worden.

Levensduur

De levensduur van een fluorescentielamp is deels afhankelijk van het type ballast en het type inschakeling. Lampen die zijn uitgerust met een ferromagnetische of elektronische cold-start ballast hebben een levensduur die schommelt tussen 8.000 en 12.000 u, sterk afhankelijk van het aantal keer dat het toestel wordt in- en uitgeschakeld. Lampen die gebruikt worden in combinatie met een elektronische ballast met voorverwarming hebben een langere levensduur. Deze kan oplopen tot bijna 20.000 u, omdat de elektroden worden opgewarmd voordat ze de ontlading in gang zetten, waardoor ze minder snel verslijten.

Recyclageketen

Fluorescentielampen bevatten in principe kwik en moeten een specifieke recyclageketen volgen. Ze mogen niet verwerkt worden als klassiek huishoudelijk afval. Containerparken beschikken over specifieke inzamelpunten voor gebruikte lampen. Door toepassing van het Recupel-systeem zijn handelaars verplicht tot de overname van gebruikte buizen bij elke verkoop van nieuwe exemplaren.

Voor- en nadelen

De voornaamste voordelen van fluorescentielampen zijn hun hoge energie-efficiëntie en lichtstromen. De grootste rem op het gebruik ervan, zeker in huishoudelijke toepassingen, zijn de grote afmetingen. Daarom wordt voor huishoudelijke toepassingen vaak teruggegrepen naar circulaire fluorescentielampen.