Spaarlampen

De tweede soort gasontladingslampen die voor binnentoepassingen gebruikt kunnen worden, zijn de compacte fluorescentielampen die in feite een miniatuur versie zijn van de lineaire en circulaire (buis)fluorescentielampen. Ze worden voornamelijk gebruikt ter vervanging van gloeilampen en zijn in de handel vaak verkrijgbaar onder de naam ‘spaarlampen’. Omdat die naam in principe ook voorbehouden is voor andere lampen die belangrijke energiebesparingen realiseren, wordt daarom hier de meer technische benaming gebruikt.

Werkingsprincipe

Er zijn twee grote families van compacte fluorescentielampen beschikbaar op de markt:

  • lampen met ingebouwde voorschakelapparatuur: ze hebben dezelfde fitting als gloeilampen zodat deze gemakkelijk vervangen kunnen worden (men spreekt daarom ook van vervangingslampen);
  • compacte fluorescentielampen zonder ingebouwde voorschakelapparatuur met een specifieke fitting om ze aan te sluiten op externe voorschakelapparatuur.
Beschikbare vermogens en lichtstroom

Het gamma van beschikbare vermogens is zeer breed en gaat van 5 tot 33 W voor lampen met geïntegreerde voorschakelapparatuur en van 5 tot 120 W voor lampen met externe voorschakelapparatuur. De beschikbarelichtstroom kan tot 9000 lm bedragen.

Lichtrendement en energieklasse

Compacte fluorescentielampen bieden een zeer goed lichtrendement van 22 tot 100 lm/W en hun energielabel is gewoonlijk A of in bepaalde gevallen B.

Kleurtemperatuur en kleurweergave-index

Zoals bij de gewone fluorescentielampen kan de kleurtemperatuur van compacte fluorescentielampen variëren tussen warm wit (2.700 K) en koud wit (6.500 K). Ze hebben een hoge kleurweergave-index die gewoonlijk tussen 80 en 90 ligt.

Levensduur

De levensduur van compacte fluorescentielampen met geïntegreerde voorschakelapparatuur ligt ongeveer 8 keer hoger dan die van gloeilampen (van 6.000 tot 20.000 u). Lampen met externe voorschakelapparatuur hebben een nog langere levensduur. Zoals bij gewone fluorescentielampen kan de levensduur van bepaalde lampen sterk beïnvloed worden door het aantal keer dat ze in- en uitgeschakeld worden. Er bestaan evenwel lampen waarvan de levensduur niet beïnvloed wordt door het aantal in- en uitschakelingen, zodat ze verbonden kunnen worden met een aanwezigheidsdetector of een ander systeem dat voor herhaalde in- en uitschakelingen zorgt.

Recyclageketen

Compacte fluorescentielampen moeten verwerkt worden zoals gewone fluorescentielampen. Aangezien ze kwik bevatten, moeten ze een specifieke recyclageketen volgen en mogen ze niet verwerkt worden als klassiek huishoudelijk afval. Containerparken beschikken over specifieke inzamelpunten voor gebruikte compacte fluorescentielampen. Door toepassing van het Recupel-systeem zijn handelaars verplicht tot de overname van gebruikte lampen bij elke verkoop van nieuwe compacte fluorescentielampen.

Voor- en nadelen

De drie grootste voordelen van compacte fluorescentielampen zijn hun hoog lichtrendement, hun compactheid en de grote keuze aan vorm en grootte waardoor ze gloeilampen gemakkelijk kunnen vervangen.

De grootste nadelen van bepaalde compacte fluorescentielampen zijn de benodigde tijd om volledig op te starten (het duurt even voor de lamp de volledige lichtstroom uitstraalt) en de kleurvariatie (color shift) bij het starten.

Daarnaast is er veel twijfel bij het grote publiek omwille van de aanwezigheid van kwik en de elektromagnetische straling. De hoeveelheid aanwezige kwik is echter kleiner dan de kwik die uitgestoten wordt bij het produceren van de bespaarde elektriciteit en blijf in principe opgesloten in de lamp tot de afvalverwerking. De voorwaarde is natuurlijk dat de gebruikers de lamp niet in het huishoudelijk afval doen maar naar het containerpark of naar de handelaar brengen bij een lampvervanging.  Mocht er toch een lamp breken, wordt aangeraden om het afval te verwijderen (niet met een stofzuiger!) en de kamer voldoende te verluchten. De elektromagnetische straling is er inderdaad, maar in minder belangrijke mate dan bijvoorbeeld de straling van een GSM. Er wordt wel aangeraden om in principe op minstens 20 cm van de lamp te blijven om negatieve invloeden te vermijden.

Bij de plaatsing van nieuwe armaturen is het interessant om te opteren voor lampen met afzonderlijke voorschakelapparatuur, omdat er hierdoor bij lampvervanging niet opnieuw kan teruggegrepen worden naar een oude technologie (gloeilamp) en het mogelijk is om enkel de lamp te vervangen op het einde van de levensduur ervan (en niet de combinatie lamp/voorschakelapparatuur).